Kennel Barnella's - La Dolce Vita, waar karakter en krullen samenkomen.
             

Geschiedenis van de Lagotto Romagnolo

De Lagotto Romagnolo ook wel bekend als het Italiaanse truffelhondje genoemd, staat bekend om zijn geweldige vermogen truffels te vinden. Hoewel de Lagotto wereldwijd het enige ras is dat gespecialiseerd is in de truffeljacht, is het zeker niet het enige ras dat voor dit doel gebruikt wordt. De truffeljacht is echter niet de oorspronkelijke gebruiksfunctie van de Lagotto: dat was het apporteren van waterwild.


De Lagotto is verwant aan de Barbet, de Portugese Waterhond en Spaanse Waterhond. Hoewel deze vier rassen tot elkaars equivalent gerekend worden, mag de Barbet toch wel de moeder der waterhonden genoemd worden. Er werd al vroeg beweerd dat zowel de Barbet als de Lagotto afstamt van Afrikaanse honden, die vanuit het Midden-Oosten meegenomen werden door kruisvaarders. De Etrusken, woonachtig tussen de Italiaanse rivieren de Arno en Tiber, stonden bekend om hun maritieme handel en piraterij. Vanaf het begin van de Etruskische periode is de aanwezigheid van gekrulde honden, gebruikt om waterwild te apporteren, bekend.


Op de fresco's van de Bruidskamer in het hertogelijk paleis van de familie Gonzaga in Mantua, geschilderd door Andrea Mantegna rond 1456, is in de scène van de "ontmoeting" aan de voeten van markies Ludovico III Gonzaga een hond afgebeeld die sterk lijkt op de hedendaagse Lagotto's. Zie hier rechts een voorbeeld.


Op een schilderij van de Italiaanse Barok schilder Giovanni Fransesco Barbieri (1600) is de Lagotto overduidelijk aanwezig.  In 1591 schreef Erasmo di Valvasone een gedicht genaamd “La Caccia” (de jacht) in welke hij een jachthond omschrijft met “krulvacht, niet bang voor de zon, het water en het ijs, beklimmer van bergen, doorwaden van rivieren, hij die doornige struiken weet te overwinnen en het waterwild trots en blij naar de handler weet te brengen”.
De Lagotto is afkomstig uit Romagna, een streek in  Noordoost Italië. De oorspronkelijke bewoners van de moerasgebieden tussen Ravenna en Ferrara, fokten en gebruikten de Lagotto, een middelgrote waterhond, voornamelijk om het waterwild te apporteren. Deze bewoners werden ook wel het Vallaroli (Lagotti) volk genoemd.  



Pas in de 19e eeuw, toen de moerasgebieden langzaamaan droog kwamen te staan, werd de Lagotto ingezet voor het zoeken van truffels. Daarmee is de apporterende taak van de Lagotto komen te vervallen maar het beroep op het uitstekende reukvermogen behouden gebleven. Gedurende al die eeuwen zijn de Lagotti wel altijd ingezet voor het bewaken van het erf en eigendommen van de Vallaroli, zoals de boten waarmee ze de moerasgebieden bevaarden.


Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de truffel vanwege een enorme expansie in de agrarische sector een schaars goed. Toch zijn liefhebbers in de laatste 25 jaar van de vorige eeuw erin geslaagd de Lagotto als truffeljager te behouden. 


In 1977 uitte Quintino Toschi, voorzitter van de Kynologen vereniging van Imola (een plaats onder Bologna), de wens om zorg te dragen voor het behoud van het originele type Lagotto.  In samenwerking met Gilberto Grandi inventariseerde en registreerde hij alle toen in Italië aanwezige Lagotti. Vanaf dat moment nam het fokken van Lagotti een wending met veel meer nadruk op het fokken van specifieke raseigenschappen, zowel in karakter als exterieur.  


Halverwege de jaren zeventig besloot een groep getalenteerde hondenliefhebbers uit Romagna, onder leiding van Quintino Toschi, voorzitter van de lokale hondenclub uit Imola, en onder leiding van professor Francesco Ballotta, een gerenommeerd fokker en ENCI-keurmeester (die zich de Lagotto's uit zijn verre jeugd nog perfect herinnerde), met de technische ondersteuning van Dr. Antonio Morsiani, een wereldberoemde hondenspecialist, keurmeester en fokker, en bijgestaan door accountant Lodovico Babini, een fervent hondenliefhebber uit Romagna, dat het tijd was om de leiding over het ras te nemen en het te redden van de bijna totale degeneratie waarin het dreigde te vervallen door de incompetentie, onwetendheid en verwaarlozing van de eigenaren. Zij namen het voortouw in de genetische reconstructie van de Lagotto en redden het ras uiteindelijk van de doodlopende weg van uitsterven.
De hereniging van de twee parallelle geschiedenissen van de Lagotto, die van zijn oorspronkelijke moerassen en die van de Apennijnen, creëerde de omstandigheden om het ras weer zuiver te maken.
Met de oprichting van de Italiaanse Lagottoclub, die in 1988 in Imola plaatsvond en vandaag de dag ongeveer 300 leden over de hele wereld telt, werden de voorwaarden geschapen voor de officiële erkenning van het ras door de ENCI en de FCI.
De officiële erkenning door de ENCI, met de goedkeuring van de morfologische standaard opgesteld door Dr. Antonio Morsiani (na jaren van biometrische metingen op honderden proefpersonen), vond plaats in 1992. In 1995 werd, dankzij de constante inzet van de Club en haar technische instanties, de voorlopige internationale erkenning door de FCI bereikt.